Hoe maak ik mijn tuin diervriendelijk?
Er komt zo’n moment. Je zit buiten met een kop koffie, kijkt de tuin in en denkt:
“Hij ligt er strak bij, maar waar is iedereen gebleven?”
Geen vogels die ruzie maken om een broodkruimel. Geen gezoem. Geen geritsel in de border. Alleen jij, wat tegels en stilte.
Dat zien we vaker. Tuinen zijn de afgelopen jaren steeds netter geworden. Meer bestrating, minder groen, alles opgeruimd. Fijn voor het oog, minder fijn voor alles wat leeft. Het goede nieuws: je hoeft je tuin niet overhoop te halen om daar iets aan te doen.
In deze blog lees je hoe je jouw tuin diervriendelijk maakt. Wat werkt wel, wat beter niet en hoe je dat aanpakt met respect voor dieren, je tuin en jezelf.
Inhoudsopgave
Toggle1. Wat is een diervriendelijke tuin?
Een diervriendelijke tuin is geen wildernis en ook geen rommelige hoop groen. Het is een tuin waarin dieren zich veilig voelen omdat er eten, beschutting en rust is.
Dat zit vaak in kleine dingen. Een struik waar een vogel kan schuilen. Een plek waar blad mag blijven liggen. Een deel van de tuin dat niet elke week strak wordt bijgehouden.
In onze praktijk merken we dat dieren vooral reageren op variatie. Hoog en laag. Zon en schaduw. Open en beschut.
Een tuin met alleen gras en tegels biedt dat niet. Een tuin met verschillende planten, wat hout en natuurlijke hoekjes wel. En dat kan er prima verzorgd uitzien.
2. Wat zijn de voordelen van een diervriendelijke tuin?
Een diervriendelijke tuin geeft meer terug dan je denkt. Natuurlijk zie en hoor je meer leven, maar er gebeurt meer.
In tuinen waar vogels, egels en insecten hun plek vinden, zien we minder overlast. Minder slakken, minder bladluizen en minder problemen die je anders zou willen oplossen met middelen.
Daarnaast ervaren veel mensen hun tuin als rustiger. Niet omdat het stiller is, maar juist omdat er beweging is.
En zeg nou zelf: een merel die elke ochtend hetzelfde rondje doet, hoort er gewoon bij.

3. Welke populaire planten zijn diervriendelijk?
Planten vormen de basis. Zonder planten geen insecten, zonder insecten geen vogels.
Goede keuzes zijn onder andere lavendel, salvia en kattenkruid voor insecten. Struiken zoals liguster, meidoorn en klimop geven beschutting en voedsel aan vogels.
We zien vaak dat mensen vooral op uiterlijk kiezen. Dat snappen we. Maar planten die iets doen voor dieren zijn vaak net zo mooi.
Een border met vaste planten bloeit langer en vraagt op termijn minder onderhoud dan een lege border met grind. Dat is winst aan twee kanten.

4. Welke populaire planten zijn giftig voor dieren?
Voor honden en katten zijn onder andere giftig:
- Taxus
- Oleander
- Vingerhoedskruid
- Lelies
Dieren eten deze planten meestal niet bewust, maar nieuwsgierigheid speelt mee. Ons advies is daarom om hier bij nieuwe aanplant altijd even bij stil te staan. Twijfel je, dan is een veiliger alternatief vaak zo gevonden.
5. Diervriendelijk tuinieren per seizoen
Een diervriendelijke tuin leeft het hele jaar door. Niet alleen in de lente.
Veel mensen ruimen hun tuin in de herfst helemaal op. Alles strak de winter in. Dat lijkt netjes, maar voor dieren is het een probleem.
Uitgebloeide planten, bladeren en takjes bieden beschutting tegen kou en regen. Insecten overwinteren daar. Egels gebruiken blad als isolatie.
Snoei daarom liever pas in het voorjaar. Dat voelt misschien even tegenstrijdig, maar je ziet het verschil al snel terug.

6. Diervriendelijke verlichting
Verlichting is een stille stoorzender. Lampen die de hele nacht branden, fel wit licht of spots op bomen verstoren het ritme van dieren.
- Insecten raken gedesoriënteerd.
- Vleermuizen mijden verlichte plekken.
- Vogels raken van slag.
Goede verlichting is gericht, warm van kleur en niet continu aan. Bewegingssensoren werken vaak beter dan vaste verlichting.

7. Waar moet je rekening mee houden bij aanleg?
Een diervriendelijke tuin begint bij de basis. Hoe is de tuin ingedeeld?
Waar is beschutting? Waar kan iets groeien?
Bij nieuwe tuinen zien we vaak gesloten schuttingen en strakke lijnen.
Voor egels is dat funest. Zij hebben doorgangen nodig. Een opening van ongeveer 15 centimeter is vaak al genoeg.
Ook hoogteverschil helpt. Een border die iets hoger ligt dan het gazon of een houtstapel op een rustige plek. Kleine ingrepen met groot effect.
8. Hoe leg je goedkoop een diervriendelijke tuin aan?
Diervriendelijk hoeft niet duur te zijn. Vaak bespaar je juist geld.
Stekjes uit eigen tuin, planten delen en blad laten liggen in plaats van afvoeren.
Tuinen met minder bestrating en meer groen kosten op termijn vaak minder onderhoud dan volledig betegelde tuinen. Begin klein. Eén border. Eén hoek. Kijk wat er gebeurt.

9. Welke dieren komen in je tuin en wat hebben ze nodig?
Een diervriendelijke tuin werkt alleen als je begrijpt hoe dieren je tuin gebruiken.
Ze wonen er meestal niet permanent, maar gebruiken je tuin als route, schuilplek of voedselbron.
Elk dier stelt daarbij andere eisen. Door daar rekening mee te houden, voorkom je problemen en ontstaat vanzelf meer leven.
Honden en katten
Honden en katten zijn vaak de dieren waar het dichtst bij wordt geleefd.
De grootste risico’s zitten niet in planten, maar in wat wij toevoegen.
Waar je rekening mee houdt
- ze lopen overal: gazon, borders en paden
- ze nemen dingen in hun bek of likken poten
- ze liggen graag op vaste plekken
Wat beter niet
- chemische bestrijdingsmiddelen
- slakkenkorrels
- sterk geurende reinigers
Giftig voor honden en katten
- taxus
- oleander
- lelies (vooral gevaarlijk voor katten)
- vingerhoedskruid
Wat goed werkt
- natuurlijke onkruidbestrijding
- stevige beplanting langs looproutes
- een vaste rustplek uit de drukte
Buurtkatten
Buurtkatten zijn geen probleem zolang je ze niet uitnodigt. Ze kiezen vooral plekken waar ze lekker kunnen liggen.
Wat ze aantrekt
- zand
- losse aarde
- open borders
Wat ze afschrikt
- grove grindsoorten
- dichte bodembedekkers
- geurplanten zoals lavendel en rozemarijn
Wat werkt zonder schade
- bewegingssensoren met water
- natuurlijke geurverdrijvers
- bodembedekking in plaats van kale grond
Egels
Egels zijn nachtwerkers en leggen grote afstanden af.
Ze gebruiken meerdere tuinen per nacht.
Waar je rekening mee houdt
- ze volgen vaste routes
- ze kruipen onder schuttingen door
- ze overwinteren in blad en hout
Wat belangrijk is
- openingen van ongeveer 15 cm onder schuttingen
- blad laten liggen in herfst en winter
- een egelhuis op een rustige plek
Wat gevaarlijk is
- robotmaaiers in de avond of nacht
- afgesloten tuinen
- strak opgeruimde borders
Vogels
Vogels zoeken geen voerplek, maar veiligheid. Dat wordt vaak onderschat.
Wat ze nodig hebben
- dichte struiken om te schuilen
- variatie in hoogte
- rust tijdens het broedseizoen
Voer en nestkastjes helpen pas als de basis klopt. Snoei daarom niet tijdens het broedseizoen, globaal van maart tot juli, en controleer altijd op nesten vóór onderhoud.
Insecten
Insecten vormen de basis van alles wat leeft in de tuin.
Waar je rekening mee houdt
- ze hebben bloeiende planten nodig
- ze overwinteren in de bodem en in planten
- ze zijn gevoelig voor middelen
Wat werkt
- bloeiende vaste planten
- open bodem
- minder maaien
Strak gemaaid gazon en grind leveren weinig op. Blad en stengels laten staan tot het voorjaar maakt een groot verschil.
Padden
Padden zijn schuw en vooral actief in de schemer en nacht.
Wat ze nodig hebben
- schaduw
- vochtige plekken
- natuurlijke materialen zoals blad en hout
Fel licht, droge tuinen en veel bestrating werken juist tegen.
Vleermuizen
Vleermuizen zijn beschermd en extreem gevoelig voor licht.
Waar je rekening mee houdt
- ze navigeren in het donker
- ze volgen vaste vliegroutes
- ze leven van insecten
Wat helpt
- donkere tuinen
- insectenrijke beplanting
- warm, gericht licht op sensor
Vermijd permanente verlichting en felle spots op bomen of gevels.
Vlinders
Vlinders zijn kieskeurig en blijven alleen als ook rupsen een plek hebben.
Wat werkt
- bloeiende planten met nectar
- luwe, zonnige plekken
- ook planten voor rupsen, zoals brandnetel, klimop en grassen
Een tuin met alleen bloemen ziet er leuk uit, maar is vaak onvoldoende.
Hoe voorkom je ratten?
Ratten horen niet bij een diervriendelijke tuin, maar ze komen niet door groen.
Waar ratten op afkomen
- voedselresten
- vogelvoer op de grond
- afval
Wat helpt
- vogels voeren in silo’s
- restjes opruimen
- geen voer op de grond
Gif, kale tuinen en overmatig opruimen zijn niet nodig en verstoren de balans.

10. Hoe onderhoud je een diervriendelijke tuin?
Onderhoud in een diervriendelijke tuin voelt anders dan je misschien gewend bent.
Minder strak. En vooral minder rigoureus. Dat betekent niet dat je niets meer doet. Het betekent dat je bewuster onderhoudt.
In plaats van alles tegelijk aan te pakken, werk je gefaseerd. Een stukje snoeien, een border laten rusten, het gazon niet te kort. Dat geeft planten én dieren de tijd om zich aan te passen.
In de praktijk zien we dat tuinen die rustiger worden onderhouden:
- minder last hebben van plagen
- beter bestand zijn tegen droogte
- er natuurlijker uitzien zonder rommelig te worden
Bestrating
Bestrating schoonmaken hoort erbij, maar agressieve reinigers doen vaak meer kwaad dan goed. Ze spoelen niet alleen vuil weg, maar ook het bodemleven in de voegen. Dat bodemleven helpt juist om mos en algengroei te beperken.
Gebruik liever warm water, een stevige borstel of een milde natuurlijke reiniger. Dat kost misschien iets meer tijd, maar je voorkomt dat schadelijke stoffen in de bodem of het grondwater terechtkomen.
Hout
Hout in de tuin leeft. Vlonders, schuttingen en pergola’s krijgen te maken met zon, regen en vorst. Onderhoud is nodig, maar kies bewust wat je gebruikt.
Producten op natuurlijke basis beschermen het hout zonder schade aan bodem, planten of dieren. Dat geldt ook voor FSC hout, dat verantwoord is geproduceerd en beter past binnen een diervriendelijke tuin.
In onze ervaring blijft hout dat met rust en regelmaat wordt onderhouden langer mooi dan hout dat elk jaar zwaar wordt behandeld.
Gazon
Een strak gemaaid gazon lijkt netjes, maar is voor dieren weinig waard. Door het gras iets langer te laten, blijft de bodem koeler en droger. Dat helpt bij droogte en geeft insecten meer ruimte.
Maai liever minder vaak en niet te kort. Dat scheelt onderhoud, waterverbruik en zorgt voor meer leven. Een gazon hoeft geen biljartlaken te zijn om er verzorgd uit te zien.
11. Natuurlijke bestrijdingsmiddelen
Veel problemen in tuinen ontstaan doordat we ze snel willen oplossen.
Chemische middelen lijken handig, maar verstoren de balans. Ze doden niet alleen wat je wilt bestrijden, maar ook alles eromheen.
In de praktijk werken eenvoudige oplossingen vaak prima:
- onkruid handmatig verwijderen
- heet water op ongewenste planten
- natuurlijke zeepoplossingen bij lichte aantasting
Deze methodes vragen wat meer aandacht, maar lossen het probleem bij de kern op.
En ze zijn veilig voor dieren, bodem en planten.

12. Natuurlijke schoonmaakmiddelen
Groene zeep en soda zijn meestal voldoende voor hout, bestrating en tuinmeubilair.
Bleek en chloor laten schadelijke resten achter en verstoren het bodemleven.
Niet alles hoeft steriel te zijn.

13. Stappenplan: zo maak je je tuin diervriendelijk
Een diervriendelijke tuin ontstaat niet in één weekend. Het is geen grote verbouwing, maar een reeks logische keuzes. Met dit stappenplan pak je het overzichtelijk aan.
☐ Stap 1. Kijk eerst goed naar je tuin
Waar is het rustig? Waar is vooral steen? Waar gebeurt eigenlijk niets?
☐ Stap 2. Bepaal waar bestrating minder kan
Begin klein. Een rand tegels eruit. Een hoek minder verharding.
☐ Stap 3. Voeg groen toe dat iets doet
Kies voor planten die bloeien, beschutting geven of voedsel bieden.
☐ Stap 4. Creëer rustplekken
Laat ergens blad liggen. Leg een houtstapel neer. Zorg voor een hoek waar je niet elke week komt.
☐ Stap 5. Pas je onderhoud aan
Maai het gazon iets minder kort. Snoei gefaseerd in plaats van alles tegelijk.
Gebruik geen chemische middelen, kijk wat er gebeurt en stuur bij waar nodig.
☐ Stap 6. Geef het tijd
Een diervriendelijke tuin groeit. Soms zie je binnen weken verschil, soms duurt het een seizoen.

14. Samenvatting
Een diervriendelijke tuin draait niet om alles anders doen, maar om anders kijken.
Minder opruimen. Minder sturen. Meer vertrouwen op wat werkt.
Door bestrating te verminderen, groen toe te voegen en rustplekken te maken, ontstaat vanzelf meer leven. Rustiger onderhoud en het vermijden van gif houden die balans in stand. Kleine keuzes maken samen het verschil.
15. Hoe maak je je tuin diervriendelijk?
Niet door alles los te laten, maar door slimmer om te gaan met wat er al is.
Een diervriendelijke tuin vraagt geen grote investeringen. Het vraagt aandacht, logisch nadenken en de bereidheid om niet alles te willen beheersen.
Wie de natuur ruimte geeft, merkt dat problemen vaak vanzelf afnemen. Minder plagen, minder onderhoud en meer balans.
Begin klein. Kijk goed. Pas aan waar nodig.
Wie dat durft, krijgt er een tuin voor terug die niet alleen netjes oogt, maar ook leeft.
Over de auteur
Deze blog is geschreven door DIM Hovenier
Wij werken dagelijks in tuinen waar eerst stilte was en nu weer leven zit. Door logisch te kijken, goed materiaal te gebruiken en de tuin niet te behandelen als een showroom, maar als een plek waar geleefd mag worden.









